Vallei van de Tranen
(Dit artikel dat door Liz Clarke, een journaliste van de Independent, werd geschreven in opdracht van het Zuid-Afrikaanse „ Fairlady Magazine ", is met toestemming herdrukt, zoals het in het Augustusnummer van 2004 werd geplaatst.)
Wij zullen nooit haar gezicht zien. Wij zullen nooit weten wie zij werkelijk is. Wij kunnen het lijden of de droefheid niet zien dat in haar verontruste ogen schuilt. Maar zij is Everychild – “Ieders Kind” - icoon van een toekomstige geschiedenis die op een dag met een angstaanjagende en afschuwelijke precisie verteld zal worden.
Voor nu moet Precious (Presh), zoals de hulpverleners haar kennen, omgaan met de erfenis van de huidige politieke en sociale ideologie- ze zal niet lang genoeg leven om die te verafschuwen. Deze heeft besloten dat in het belang van cultureel en etnisch behoud, de AIDS weeskinderen zo snel mogelijk naar „hun gemeenschap“ terug moeten keren.
Het is een populaire mening, één die gesteund wordt door de meeste overheids- autoriteiten van Welzijn voor Kind en Familie, zeker door het Ministerie van Sociale Ontwikkeling, en door vele donor-gedreven organisaties. Vraag het de meeste agentschappen die in de steek gelaten kinderen, in het bijzonder AIDS weeskinderen behandelen, en het standaard antwoord is dat zij worden verzorgd door andere familieleden in de gemeenschap of door vrijwilligers, die hebben toegezegd op hen te passen.
Ja, ze krijgen supervisie. Ja, ze worden gecontroleerd.
Presh, die deze weg ging, zou u, als zij zou overleven, vertellen dat ze het fout hadden. Haar jonge moeder, nauwelijks van school af, stierf aan een aan AIDS gerelateerde opportunistische ziekte, toen Presh drie jaar oud was. Zelf was zij vrij van de ziekte, zij was een „kleine heldere ster“ die hield van dansen en van de plastic koe die haar moeder haar had gegeven.
Zij zou een ideale kandidaat voor adoptie geweest zijn. – Een Italiaans echtpaar, dat van haar omstandigheden af wist, wilde haar heel graag een nieuw thuis geven, maar het mocht niet zo zijn.
Er waren eigen familieleden, die haar in huis wilden nemen, zolang zij de overheidstoelage voor haar konden krijgen. Er was ook een vader die na lange afwezigheid opdook en die in feite misschien helemaal niet haar vader was.
Met zijn allen slaagden zij er in haar onschuld en haar jeugd kapot te maken en haar op te zadelen met een doodsvonnis. Nu is ze een semi-permanente inwoonster (haar jojo bestaan tussen gemeenschap en zorg bestaat nog) van een „blijf van me lijf huis“ in KwaZulu-Natal. Presh is verkracht door een lid van haar gemeenschaps „familie“.
Zij is HIV-positief en huilt de meeste nachten van pijn als zij probeert om in slaap te vallen.
Zij is niet de enige en zij is er ook niet één van enkelen.
Bij een AIDS/TB hospice in KwaZulu-Natal, in de Vallei van Duizend Heuvels, gaat Patience Mvatu, een opgeleide verpleegster en vrijwilligster bij de hospice, verder door op deze kwestie. „Hier in de Vallei kunt u zeggen we in het hart zijn van HIV/AIDS in dit land. Meer dan 350.000 mensen leven in dit gebied, en het ziekte- en sterftecijfer is zo hoog dat mensen gestopt zijn met tellen.”
Patience, wiens eigen halfzusje stierf aan AIDS en twee jonge kinderen achterliet, gelooft dat de visie om AIDS weeskinderen op te laten groeien in hun eigen gemeenschap, klinkt als een juiste oplossing, maar is volgens haar „totaal onrealistisch “ en faalt voor duizenden kwetsbare kinderen.
Ik werk dag in dag uit met de mensen in deze Vallei. Voor mij vertegenwoordigen de plaatsen die ik bezoek de armste landelijke gemeenschappen, waar het wat AIDS betreft zeer slecht gesteld is. De ambtenaren komen hier niet. Zij praten veel, maar zij zien niet wat er gebeurt.”
Haar visie over wat het betekent om „terug te keren naar de gemeenschap“, is dat het een beeld van de hel is. “Ik vind het erg om te zeggen omdat ik over mijn eigen mensen spreek,“ zegt Patience, die naast haar eigen baan als verpleegster, vrijwilligerswerk op zich heeft genomen zich. „Maar er zijn er velen die het enkel en alleen om de toelage te doen is. De AIDS Weeskinderen, die worden verondersteld om van deze toelage te profiteren, worden vaker wel dan niet verlaten en misbruikt. Zij krijgen vaak niet te eten. Zij gaan vaak niet naar school. De mensen moeten me niet vertellen dat het anders is, want ik zie het dagelijks om me heen. Net als de andere helpers bij de hospice, probeer ik te doen wat ik kan, maar het is bij lange na niet genoeg. Ja, sommigen zijn uitstekende ouders, maar er zijn er teveel die dat niet zijn, en teveel kinderen vallen tussen de wal en het schip.”
Lara Walkden-Davis is een arts met een praktijk in de nabijgelegen rijke Hillcrest buurt, waar de mensen van de Vallei zelden worden gezien. Maar de verhalen die zij van thuiszorgvrijwilligers in de Vallei heeft gehoord, hebben haar ertoe aangezet om één dag per week in haar eigen praktijk te besteden aan het behandelen van het toenemende aantal aan AIDS gerelateerde besmettingen en om waar mogelijk geneesmiddelen „bijeen te schrapen“.
„In de maanden dat ik dit werk doe, ben ik erin geslaagd om vele mensen te overreden snelle HIV tests te nemen. Van de dozijnen patiënten die ik heb gezien, zijn er slechts drie negatief getest. Maar de meeste zorgen heb ik over de kinderen .
Ik zie de meest verschrikkelijke dingen. Er is naar mijn mening geen twijfel dat wij als land falen voor deze kinderen. Ik heb de AIDS weeskinderen gezien „die aan de gemeenschap“ zijn teruggegeven en die dan een paar maanden later bij mij worden gebracht. Ik behandel een vier jaar oud meisje - gelukkig nu in handen van de zorg – dat zo vaak verkracht is, dat haar genitaliën onherkenbaar zijn. Zij is ook HIV-positief; net als haar zus.”
Mijn gedachten gaan terug naar Presh. Haar woorden klinken nog na in mijn oren, hoewel zij nauwelijks hoorbaar waren. Toen vrijwilligers haar lunch aan het klaarmaken waren - een speciale soep die haar gevoelige spijsverteringssysteem niet zou verstoren - vroeg ik haar wat zij graag zou willen. Zij antwoordde in Zulu.
„Wat zegt ze?“ vroeg ik haar verzorgster.
„Zij zegt zij haar moeder wil.”